Deze hoort in de categorie ‘Er was eens…’. Er zijn van die mensen die zich hebben verdiept in ‘hoe het vroeger was’. Vaak nieuwsgierig naar hun oerbeginselen, maar ze vertellen met veel respect vertellen over vroeger. Zo’n 2 jaar geleden wees Hein Molenaar me op een gedicht, terwijl hij vertelde over Volendam. Als in een sterk vissersverhaal. Zo’n moment waarop ‘oud en ervaren’ woorden uitspreekt die bij ‘jong’ voor eeuwig blijven plakken. Ik heb dit stuk vorig jaar dan ook dankbaar gebruikt in een presentatie over Volendam (en Innovatie).

Hein Molenaar en Jan de Hartog

Hein Molenaar, die trouwens een voorvechter en instandhouder van Volendamse tradities is, o.a. met zijn inzet voor  de Volendammer botters, vertelde dus over dit gedicht alsof het over Volendam ging. Later wist ik echter niet meer dan één zin van het hele stuk. Dus ging via google en wikipedia op zoek naar het gedicht over de mooiste meisjes van de wereld. Dat was blijven hangen… Na een pittige zoektocht kwam ik uit bij onderstaande gedicht van Jan de Hartog:

Alles had in ons dorp zijn beginpunt.
Het was het grootste, mooiste dorp

met de grootste, mooiste botters
van de Zuiderzee.

Het was het dorp met de
sterkste mannen, de liefste meisjes,

de hoogste bomen, de grootste kerk,
het zuiverste geloof in de enig-ware God.

Huizer melkmeisje

Tot mijn verbazing en ook wel teleurstelling ging het niet om Volendam maar om Huizen! Inmiddels heb ik mijn ‘verdriet’ dat dit niet om Volendam ging verwerkt en gaat het voor mij toch over Volendam. Het is maar net hoe je het vertaald! Kan niet wachten om mijn zoon Sven later als ik oud ben dit verhaal te vertellen…

 

 

Achtergrondinformatie over Jan de Hartog

Ik kan lezen! Ik kan lezen!’ kwam kleine Jan de Hartog gillend na zijn eerste schooldag thuis. Zijn vader, predikant en hoogleraar A.H. de Hartog, pakte de Bijbel, sloeg die open en vroeg: ‘Wat staat hier dan?’ Jan zei: ‘Aap, Noot, Mies.’ Zijn vader: ‘Nou, ja, daar komt het wel zo ongeveer op neer.’ Al te lang enthousiast over de schoolgang bleef Jan niet. Vier jaar later, toen hij tien was, liep hij van huis weg.
Huizen: thuishaven van Jan de Hartog
Jan de Hartog kwam terecht in het Gooische dorp Huizen. Jan genoot van de sterke (vissers)verhalen die de ronde deden in het Zuiderzeedorp. Zij voedden zijn inbeeldingkracht als schrijver en zijn verlangen naar een avontuurlijk bestaan. De Hartog ging als tienjarig jongetje aan de slag als `bramzijgertje´op een Zuiderzee botter (lage, platte vissersboot). De term `bramzijgertje´ is een door De Hartog verzonnen benaming voor een (te) jong bemanningslid op een vissersboot. Het is vernoemd naar de nevelspiraaltjes die soms bij windstilweer uit het water omhoog kringelen om na enkele ogenblikken weer te verdwijnen, opgelost in de lucht.

No related posts.